ECLI:NL:RBSGR:2004:AO7524
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. Gorter
- J. Ebbens
- S.M. Borkent
- Rechtspraak.nl
Toekenning verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd aan tweede generatie vreemdeling
Eiser, een tweede generatie vreemdeling die sinds zijn vierde levensjaar onafgebroken in Nederland verblijft, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser niet direct voorafgaand aan de aanvraag vijf aaneengesloten jaren rechtmatig verblijf had genoten.
De kern van het geschil betrof de uitleg van de tweede volzin van artikel 21, vierde lid, Vreemdelingenwet 2000, die bepaalt dat het rechtmatig verblijf niet aaneengesloten hoeft te zijn. Verweerder stelde dat er wel sprake moest zijn van rechtmatig verblijf direct voorafgaand aan de aanvraag, terwijl de rechtbank oordeelde dat dit niet uit de wettekst volgt en de parlementaire geschiedenis juist een ruimere uitleg ondersteunt.
De rechtbank concludeerde dat het voldoende is dat eiser op enig moment in het verleden vijf jaar rechtmatig verblijf heeft genoten, ook als dit niet direct voorafging aan de aanvraag. Hierdoor komt eiser in aanmerking voor de verblijfsvergunning. Het bestreden besluit werd vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht. De uitspraak draagt bij aan de bescherming van tweede generatie vreemdelingen tegen uitzetting en verduidelijkt de toepassing van artikel 21 Vw Pro.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.