ECLI:NL:RBSGR:2004:AO7617
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Duitsland volgens EG-Verordening 343/2003
Verzoeker, een Iraakse asielzoeker, diende een herhaalde aanvraag om asiel in Nederland in nadat een eerdere aanvraag was afgewezen omdat Duitsland verantwoordelijk was voor de behandeling. De nieuwe feiten betreffen onder meer het verkrijgen van een verblijfsvergunning door zijn moeder in Nederland en een verklaring van een Noorse verpleegkundige over zijn behoefte aan familieondersteuning.
De rechtbank toetst of deze nieuwe feiten en omstandigheden een nieuwe beoordeling rechtvaardigen. Zij oordeelt dat hoewel de feiten na het eerdere besluit zijn ontstaan, zij niet afdoen aan het eerdere besluit en de overwegingen waarop dat berust. Verzoeker dient zich te richten tot de Duitse autoriteiten, die verantwoordelijk zijn volgens EG-Verordening 343/2003.
Het verzoek om een voorlopige voorziening die uitzetting zou verbieden wordt afgewezen. Het beroep wordt ongegrond verklaard. Er worden geen kosten aan een partij opgelegd. De uitspraak is gedaan door mr. J.F.M.J. Bouwman en uitgesproken in aanwezigheid van mr. I. Sulenta als griffier.
Uitkomst: Het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de asielaanvraag en de nieuwe feiten geen aanleiding geven tot herbeoordeling.