ECLI:NL:RBSGR:2004:AO8487
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering terugkeer Nepal
Verzoeker, een Nepalese asielzoeker, diende op 10 maart 2004 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, welke op 13 maart 2004 werd afgewezen door de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Verzoeker stelde dat terugkeer naar Nepal van bijzondere hardheid zou zijn vanwege de situatie aldaar, onderbouwd met diverse rapporten en een eerdere uitspraak van de rechtbank Haarlem. Verweerder baseerde de afwijzing op het ontbreken van documenten en de overtuiging dat verzoeker zich aan de problemen in Nepal kan onttrekken door zich elders op te houden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de stukken en eerdere jurisprudentie niet tot een ander oordeel leiden. De verwijzing naar een niet-openbare uitspraak van de rechtbank Amsterdam was onvoldoende als motivering. Tevens achtte de rechter het asielrelaas van verzoeker ongeloofwaardig vanwege wisselende verklaringen en het ontbreken van bewijs voor dreigbrieven. Desondanks concludeerde de rechtbank dat de afwijzing in de ac-procedure onzorgvuldig was en vernietigde het besluit.
De rechtbank droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten, die aan de griffier dienen te worden voldaan. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.J. van Putten op 6 april 2004.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering; het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.