ECLI:NL:RBSGR:2004:AO8546

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
15 april 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
AWB 02/64076
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:11 AwbArt. 6:6 AwbArt. 85 Vw 2000Artikel 2.18 Barp
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding bij afwijzing verblijfsvergunning asiel

Eiser heeft op 13 maart 2002 een aanvraag ingediend voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder heeft bij beschikking van 23 juli 2002 de aanvraag afgewezen en het besluit op dezelfde dag verzonden. Eiser heeft op 21 augustus 2002 per fax beroep ingesteld tegen deze beschikking, maar dit was buiten de vier weken beroepstermijn die op 20 augustus 2002 eindigde.

Eiser stelde dat het besluit pas op 25 juli 2002 door zijn gemachtigde was ontvangen, en dat daarom de verzending later had plaatsgevonden. De rechtbank oordeelde echter dat uit gegevens van TPG Post blijkt dat gemiddeld 95,6% van de post binnen één werkdag wordt bezorgd, maar dat niet alle poststukken de volgende dag aankomen en dat hiervoor geen wettelijke verplichting bestaat. Hierdoor volgt de rechtbank eiser niet in zijn stelling.

Verder stelde eiser dat een verkeerde registratie van de ontvangstdatum door de secretaresse van zijn gemachtigde niet aan hem toegerekend kan worden. De rechtbank vond dit echter een risico van eiser zelf en concludeerde dat de termijnoverschrijding aan eiser kan worden toegerekend. De rechtbank oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen aanleiding gezien voor het opleggen van kostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn die aan eiser kan worden toegerekend.

Uitspraak

RECHTBANK TE 's-GRAVENHAGE
Zitting houdende te Leeuwarden
Vreemdelingenkamer
Regnr.: Awb 02/64076
uitspraak: 15 april 2004
U I T S P R A A K
inzake: A,
geboren op [...] 1984,
verblijvende te B,
van Angolese nationaliteit,
IND dossiernummer 0203.13.8052,
eiser,
gemachtigde: mr. M.H. van der Linden, advocaat te Almelo;
tegen: DE MINISTER VOOR VREEMDELINGENZAKEN EN INTEGRATIE,
(Immigratie- en Naturalisatiedienst),
te 's-Gravenhage,
verweerder,
gemachtigde: mr. H.M. Pascha, werkzaam bij de IND.
1. PROCESVERLOOP
1.1 Op 13 maart 2002 heeft eiser een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft bij beschikking van 23 juli 2002, op dezelfde dag verzonden, afwijzend op de aanvraag beslist.
1.2 Bij beroepschrift van 21 augustus 2002 heeft eiser per fax beroep ingesteld bij de rechtbank tegen deze beschikking. De griffier heeft de van verweerder ontvangen stukken aan eiser gezonden en hem in de gelegenheid gesteld nadere gegevens te verstrekken.
1.3 Openbare behandeling van het beroep heeft plaatsgevonden ter zitting van 15 maart 2004. Eiser is daarbij niet in persoon verschenen; hij heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich eveneens doen vertegenwoordigen.
2. MOTIVERING
2.1 Uit een op het bestreden besluit geplaatst stempel blijkt dat de beschikking op 23 juli 2002 is verzonden, zodat de beroepstermijn van vier weken is geëindigd op 20 augustus 2002. Het per fax van 21 augustus 2002 ingediende beroep is derhalve buiten de beroepstermijn ingediend.
2.2 Eiser heeft zich op het standpunt gesteld dat het bestreden besluit op 25 juli 2002 door zijn gemachtigde is ontvangen. Eiser leidt hieruit af dat de verzending van de beschikking niet op 23 juli 2002 heeft plaatsgevonden, maar een dag later, omdat TPG Post aldus eiser alle post binnen één werkdag bezorgt. De rechtbank stelt vast dat uit gegevens die gepubliceerd staan op de website van TPG Post (vindplaats http://www.tpgpost.nl/corporate/klant/kwaliteit/index.jsp en ter zitting aan partijen ter hand gesteld), blijkt dat in het kalenderjaar 2002 gemiddeld 95,6 procent van alle post op de volgende dag aankomt. Hiermee voldoet TPG Post aan het Besluit algemene richtlijnen post (Barp), waarin onder artikel 2.18, voor zover thans van belang, is bepaald dat gemiddeld 95 procent van alle binnenlandse brieven de volgende dag bezorgd moet zijn. Hieruit blijkt dat niet alle poststukken op de volgende dag worden bezorgd en dat daartoe ook geen wettelijke verplichting bestaat. Gelet op het voorgaande volgt de rechtbank eiser niet in zijn stelling.
2.3 Ingevolge artikel 6:11 Awb Pro blijft ten aanzien van een na afloop van de bezwaar- of beroepstermijn ingediend bezwaar- of beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege, indien redelijkerwijs niet geoordeeld kan worden dat de indiener in verzuim is geweest. De rechtbank is van oordeel dat het registreren van een verkeerde ontvangstdatum door de secretaresse van eisers gemachtigde in de risicosfeer van eiser ligt en derhalve niet als een zodanige omstandigheid kan worden aangemerkt. Nu geen andere omstandigheden zijn gesteld of gebleken concludeert de rechtbank dat de termijnoverschrijding aan eiser dient te worden toegerekend.
2.4 Naar het oordeel van de rechtbank is de termijnoverschrijding, gelet op het vorenstaande, niet verschoonbaar.
2.5 Het beroep is derhalve niet-ontvankelijk.
2.6 Voor veroordeling van een partij in de kosten die de andere partij in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken, bestaat geen aanleiding.
3. BESLISSING
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Keuning, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2004 in tegenwoordigheid van T.A. Terpstra als griffier.
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen vier weken na de datum van verzending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, onder vermelding van “hoger beroep vreemdelingenzaken”, postbus 16113, 2500 BC te ’s-Gravenhage. Ingevolge artikel 85 Vw Pro 2000 dient het beroepschrift één of meer grieven tegen de uitspraak te bevatten. Artikel 6:6 Awb Pro is niet van toepassing.
Afschrift verzonden: 16 april 2004