ECLI:NL:RBSGR:2004:AO8550
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.H.B.M. Potters
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid vreemdelingenbewaring van Somalische vreemdeling zonder rechtmatig verblijf
De rechtbank 's-Gravenhage heeft op 20 april 2004 uitspraak gedaan in een zaak betreffende de bewaring van een Somalische vreemdeling die geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft. De vreemdeling was op 3 april 2004 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000, vanwege het ontbreken van een geldig identiteitsbewijs, het gebruik van vervalste documenten, het niet aanmelden bij de korpschef en het vermoeden dat hij zich aan uitzetting zou onttrekken.
De rechtbank heeft overwogen dat de bewaring rechtmatig is en dat de verwijzing naar interim measures van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) geen reden geeft om de bewaring op te heffen, mede omdat geen voorlopige maatregel was getroffen ten aanzien van deze vreemdeling. Daarnaast is vastgesteld dat er zicht is op uitzetting, aangezien andere Somalische vreemdelingen via Nairobi en Dubai zijn verwijderd.
De rechtbank wees het beroep van de vreemdeling tegen de bewaring af en zag geen aanleiding om schadevergoeding toe te kennen, aangezien de bewaring niet onrechtmatig was. Er werd ook geen veroordeling uitgesproken voor de proceskosten. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen een week na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.