ECLI:NL:RBSGR:2004:AO8694
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing verblijfsvergunning etnische Serviërs uit Kosovo op grond van artikel 3 EVRM
Eisers, etnische Serviërs afkomstig uit Kosovo, hebben een verblijfsvergunning aangevraagd op grond van artikel 29 Vw Pro 2000, onder meer vanwege het risico op schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer. De minister wees de aanvragen af, stellende dat bescherming door KFOR en vestigingsalternatieven in de Federale Republiek Joegoslavië (FRJ) aanwezig zijn. De rechtbank stelt vast dat de minister de besluiten ondeugdelijk heeft gemotiveerd, vooral omdat onvoldoende rekening is gehouden met de precieze situatie in Pec en de individuele omstandigheden van eisers.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht heeft vastgesteld dat eisers geen vluchtelingenstatus toekomt, maar dat het traumabeleid en de risico's op onmenselijke behandeling onvoldoende zijn onderzocht. De minister heeft niet duidelijk gemaakt of terugkeer naar Pec mogelijk is en heeft het vestigingsalternatief in de FRJ beoordeeld zonder individuele omstandigheden mee te wegen, wat strijdig is met het beleid.
Gelet op deze tekortkomingen zijn de bestreden besluiten in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en ontbreken zij aan een deugdelijke motivering. De beroepen worden gegrond verklaard, de besluiten vernietigd en de minister opgedragen nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van de uitspraak. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De beroepen worden gegrond verklaard en de besluiten tot afwijzing van de verblijfsvergunning worden vernietigd.