ECLI:NL:RBSGR:2004:AO8936
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- H.F.M. Hofhuis
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van verenigingen in kort geding over rechtsgang uitgeprocedeerde Somalische asielzoekers
In deze zaak vorderen diverse verenigingen namens uitgeprocedeerde Somalische asielzoekers een civielrechtelijke voorziening tegen de Staat met betrekking tot de rechtsgang bij gedwongen uitzetting. De rechtbank bevestigt in haar tussenvonnis dat individuele asielzoekers toegang hebben tot een voorlopige voorzieningenprocedure bij de vreemdelingenrechter, ook al is deze procedure soms beperkt qua voorbereidingstijd en dossierinzage.
De verenigingen betogen dat deze rechtsgang niet in alle gevallen effectief is en dat ook een verzoek aan de President van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) mogelijk moet zijn, maar de rechtbank oordeelt dat artikel 13 EVRM Pro deze verplichting niet inhoudt. Daarnaast is onomstreden dat asielzoekers niet altijd vooraf worden geïnformeerd over het gebruik van Somalische paspoorten tijdens hun uitzetting, maar de vreemdelingenrechter kan dit beoordelen.
De rechtbank concludeert dat de civiele voorzieningenrechter geen taak heeft in deze vreemdelingenrechtelijke kwesties, die door individuele asielzoekers aan de vreemdelingenrechter kunnen worden voorgelegd. De verenigingen worden daarom niet ontvankelijk verklaard en veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De verenigingen worden niet ontvankelijk verklaard en de vordering wordt afgewezen met veroordeling in de proceskosten.