ECLI:NL:RBSGR:2004:AO8968
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering kwijtschelding bijstandsschuld op grond van artikel 78c Abw
Eiseres verzocht de gemeente Den Haag om af te zien van invordering van het restant van haar bijstandsschuld op grond van artikel 78c van de Algemene bijstandswet (Abw). Dit verzoek werd door verweerder geweigerd, waarna eiseres bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat hoewel het besluit is genomen onder de werking van de Abw, het nieuwe Abw-recht van toepassing is op de tenuitvoerlegging van terugvorderingsbesluiten die onder de oude Abw zijn genomen. Verweerder stelde dat eiseres niet voldeed aan de beleidsvoorwaarde dat ten minste de helft van de oorspronkelijke vordering moest zijn voldaan, terwijl eiseres stelde dat alleen de helft van het in rechte vastgestelde bedrag voldaan hoefde te zijn.
De rechtbank stelt vast dat de beleidsvoorwaarde die verweerder hanteert niet binnen de grenzen van artikel 78c Abw valt, omdat deze betrekking heeft op vorderingen waarvoor geen executoriale titel bestaat. De in rechte vastgestelde vordering van ƒ 27.846,22 dient als uitgangspunt. Verweerder heeft onterecht geweigerd af te zien van invordering op basis van het totale benadelingsbedrag zonder executoriale titel.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en beveelt verweerder een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens veroordeelt zij verweerder in de proceskosten van € 644 en bepaalt dat de gemeente Den Haag het griffierecht aan eiseres vergoedt.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met opdracht tot een nieuw besluit.