ECLI:NL:RBSGR:2004:AO9489
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in vreemdelingenzaak wegens motiveringsgebrek besluit
Verzoekers, van Somalische nationaliteit, verzochten op 13 april 2003 om een verblijfsvergunning conform een ministeriële beschikking. Na afwijzing door verweerder en nadere onderbouwing in juli 2003, werd op 1 december 2003 een schriftelijke reactie gegeven die verzoekers als een besluit beschouwden. Verzoekers maakten bezwaar en vroegen om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de brief van 13 april 2003 als een aanvraag in de zin van artikel 1:3 Awb Pro moet worden gezien, waarop verweerder een besluit had moeten nemen. De reactie van 1 december 2003 werd als een appellabele beschikking aangemerkt. Het besluit voldeed echter niet aan het motiveringsvereiste van artikel 3:46 Awb Pro, waardoor de bezwaren een redelijke kans van slagen hadden.
Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen, waarbij verweerder werd verboden verzoekers uit Nederland te verwijderen zolang niet op de bezwaren was beslist. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekers.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting van verzoekers wordt verboden totdat op bezwaar is beslist.