ECLI:NL:RBSGR:2004:AO9509
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.H. Rombouts
- A. Siezen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering belangenafweging artikel 8 EVRM
Eiseres, van Marokkaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning voor gezinshereniging, maar haar aanvraag werd geweigerd vanwege het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Verweerder stelde dat eiseres niet in aanmerking kwam voor vrijstelling en dat het mvv-vereiste niet in strijd was met artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende gemotiveerd had waarom in het licht van het arrest Sen geen belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro ten gunste van eiseres zou uitvallen.
De rechtbank stelde vast dat verweerder ten onrechte volstond met een vergelijking van de feitelijke omstandigheden zonder de door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geformuleerde criteria toe te passen. Ook was de nadruk op de tijdelijke aard van de inmenging onvoldoende gemotiveerd, aangezien de duur van de procedure zodanig kan zijn dat sprake is van strijd met artikel 8 EVRM Pro.
Voorts concludeerde de rechtbank dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met de bijzondere omstandigheden van eiseres, zoals haar minderjarigheid bij aankomst, haar langdurig verblijf in Nederland, de Nederlandse nationaliteit van haar ouders en het feit dat zij naar school gaat. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van artikel 8 EVRM.