ECLI:NL:RBSGR:2004:AO9554
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verblijfsweigering wegens onterecht tegenwerpen verblijfsalternatief Pakistan
Eiser, een Afghaanse Hazara, vroeg asiel aan in Nederland maar kreeg een negatieve beschikking omdat hij een verblijfsalternatief in Pakistan zou hebben. De rechtbank oordeelt dat het verblijf in Pakistan onterecht aan eiser is tegengeworpen, mede vanwege een strenger visumbeleid van Pakistan sinds 11 september 2001 en het feit dat visa alleen worden verstrekt aan houders van een geldige Nederlandse verblijfsvergunning.
De rechtbank toetst ex tunc of eiser aanspraak kan maken op een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, b of c, Vw, en concludeert dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij te vrezen heeft voor vervolging vanwege zijn etnische achtergrond of andere vluchtelingengronden. Ook is niet gebleken van humanitaire redenen die terugkeer naar Afghanistan zouden verhinderen.
Hoewel verweerder stelt dat de gewijzigde situatie in Afghanistan (wegvallen Taliban-regime) maakt dat eiser geen verblijfsvergunning behoeft, heeft eiser geen nieuwe feiten aangevoerd. De rechtbank verklaart het beroep gegrond wegens onjuiste motivering omtrent het verblijfsalternatief, vernietigt de beschikking, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand op grond van artikel 8:72, derde lid, Awb. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De beschikking wordt vernietigd wegens onterecht tegenwerpen verblijfsalternatief Pakistan, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.