ECLI:NL:RBSGR:2004:AO9631
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning wegens onjuiste beoordeling prioriteitgenietend aanbod
Eiseres, van Russische nationaliteit, verzocht om wijziging van haar verblijfsvergunning met als doel arbeid in loondienst. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) wees de aanvraag af op grond van het bestaan van prioriteitgenietend aanbod op de Nederlandse arbeidsmarkt. Volgens de rechtbank heeft de IND echter onterecht zelfstandig beoordeeld of sprake was van prioriteitgenietend aanbod, terwijl deze beoordeling volgens de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen door het CWI had moeten plaatsvinden, voorafgaand aan de beslissing over de verblijfsvergunning.
De rechtbank oordeelt dat het ontbreken van een tewerkstellingsvergunning niet door verweerder is tegengeworpen, waardoor het niet aan hem stond om de aanwezigheid van prioriteitgenietend aanbod te beoordelen. Dit is in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep van eiseres is daarom gegrond en het bestreden besluit wordt vernietigd.
De rechtbank beveelt dat binnen zes weken een nieuw besluit wordt genomen, waarbij de juiste procedure wordt gevolgd. Tevens wijst de rechtbank de Staat der Nederlanden aan als rechtspersoon voor vergoeding van het betaalde griffierecht. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank 's-Gravenhage op 30 maart 2004.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.