ECLI:NL:RBSGR:2004:AO9634
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in gezagsprocedure over zoon
Verzoeker, een Nigeriaanse nationaliteit dragende man, verblijft illegaal in Nederland en heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd vanwege de opvoeding van zijn zoon, geboren uit een relatie met een vrouw die wegens verslavingsproblematiek niet voor het kind kan zorgen. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen vanwege het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv).
Verzoeker is betrokken bij een lopende familierechtelijke procedure over het eenhoofdig gezag over zijn zoon. De Raad voor de Kinderbescherming dient hierover op korte termijn een rapport uit te brengen. De voorzieningenrechter oordeelt dat handhaving van het mvv-vereiste in deze fase de positie van verzoeker onevenredig kan schaden en het gezinsleven ernstig kan belemmeren, wat mogelijk leidt tot schending van artikel 8 EVRM Pro.
De rechter weegt het belang van verzoeker om in Nederland te verblijven af tegen het belang van verweerder bij uitzetting en concludeert dat het belang van verzoeker zwaarder weegt. Daarom wordt de voorlopige voorziening toegewezen, waardoor verzoeker niet mag worden uitgezet tot na de beroepstermijn op zijn bezwaarschrift is verstreken. Tevens worden de proceskosten en het griffierecht aan verzoeker vergoed.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de voorlopige voorziening toe en voorkomt uitzetting van verzoeker zolang de gezagsprocedure over zijn zoon loopt.