ECLI:NL:RBSGR:2004:AO9636
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.P.W. van de Ven
- E. de Greeve
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning voor schrijnend uitgeprocedeerde asielzoeker
Eiser, een Somalische asielzoeker, had zijn asielaanvraag in 1994 ingediend en deze was in 1998 definitief afgewezen. In 2003 verzocht hij de minister alsnog om een verblijfsvergunning op grond van schrijnende omstandigheden en humanitaire redenen, mede vanwege zijn integratie in Nederland en het ontbreken van terugkeermogelijkheden naar Somalië.
De minister weigerde dit verzoek en wees het bezwaar af met als argument dat eiser uitgeprocedeerd was en de rechterlijke uitspraak definitief was. Eiser stelde dat de minister zijn discretionaire bevoegdheid voor schrijnende gevallen niet deugdelijk had toegepast en dat het enkele feit van uitgeprocedeerd zijn onvoldoende was voor afwijzing.
De rechtbank oordeelde dat de brief van eiser als een aanvraag moest worden gezien en dat de minister de discretionaire bevoegdheid daadwerkelijk toepaste op schrijnende gevallen, ook voor uitgeprocedeerden. De afwijzing was onvoldoende gemotiveerd en in strijd met het bestuursrecht. Daarom werd het besluit vernietigd en de minister opgedragen het bezwaar opnieuw te beoordelen met inachtneming van de discretionaire bevoegdheid.
De rechtbank veroordeelde de minister tevens tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak bevestigt het belang van zorgvuldige motivering bij toepassing van discretionaire bevoegdheden in vreemdelingenzaken.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd met opdracht tot hernieuwde beoordeling.