ECLI:NL:RBSGR:2004:AO9653
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- L. van Es
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning op grond van driejarenbeleid wegens ontbreken rechtmatig verblijf
Eisers, van Bosnische nationaliteit, vroegen een verblijfsvergunning op grond van het driejarenbeleid, stellende dat zij gedurende drie jaar relevant tijdsverloop rechtmatig verblijf hadden in Nederland. De rechtbank oordeelt dat zij vanaf 1 april 2001 tot het einde van hun asielprocedure op 7 juni 2002 geen rechtmatig verblijf hadden zoals bedoeld in artikel 8, aanhef en onder h, Vreemdelingenwet 2000. Dit omdat geen rechterlijke beslissing bestond die uitzetting tijdens het beroep voorkwam en het uitstel van vertrek was verleend op grond van artikel 22 Vreemdelingenwet Pro 1965, een materieelrechtelijke regeling.
De rechtbank stelt dat het uitstel van vertrek niet krachtens de Vreemdelingenwet 2000 is verleend en dat artikel 22 Vw Pro 1965 geen formele rechtsgrond is voor rechtmatig verblijf. Hierdoor konden eisers geen aanspraak maken op het driejarenbeleid. Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank 's-Gravenhage op 2 april 2004. Tegen het vonnis staat geen rechtsmiddel open voor het verzoek om voorlopige voorziening.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de verblijfsvergunning op grond van het driejarenbeleid wordt ongegrond verklaard.