ECLI:NL:RBSGR:2004:AO9656
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op verblijfsvergunning wegens medische noodsituatie en artikel 3 EVRM
Eiser, een burger van de Democratische Republiek Congo, heeft een verblijfsvergunning onder beperking gekregen wegens een agressieve vorm van prostaatkanker. Hij stelde dat hij op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 in aanmerking zou moeten komen voor een reguliere verblijfsvergunning omdat terugzending naar zijn land een schending van artikel 3 EVRM Pro zou opleveren.
De rechtbank overweegt dat eiser dit verweer pas in beroep heeft aangevoerd en niet tijdig in bezwaar heeft gemotiveerd dat terugzending tot onmenselijke of vernederende behandeling zou leiden. De medische situatie was reeds bekend tijdens de besluitvorming, maar het beroep op artikel 3 EVRM Pro kwam te laat. Omdat eiser in het bezit is van een reguliere verblijfsvergunning is er geen sprake van uitzettingsgevaar.
De rechtbank concludeert dat de nationale procedure-regels niet buiten toepassing hoeven te worden gelaten en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een verblijfsvergunning op medische gronden wordt afgewezen.