ECLI:NL:RBSGR:2004:AO9660
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielverzoek Eritrese Jehova's getuige wegens strijd met artikel 3 EVRM
Eiser, een Eritrese Jehova’s getuige, vroeg asiel aan in Nederland, maar zijn aanvraag werd afgewezen wegens twijfel aan de geloofwaardigheid van zijn relaas. De rechtbank constateerde dat eiser geen documenten kon overleggen ter ondersteuning van zijn verhaal en dat zijn verklaringen inconsistent waren, onder meer over zijn oproep voor militaire dienst op vijftienjarige leeftijd.
Desondanks oordeelde de rechtbank dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met de omstandigheden waarin eiser zou verkeren bij terugkeer naar Eritrea, vooral gezien zijn geloof en de dienstplichtige leeftijd die hij inmiddels had bereikt. Ambtsberichten bevestigden dat alternatieve dienstplichtvervulling bij gewetensbezwaren niet mogelijk is en dat Jehova’s getuigen risico lopen op discriminatie en ernstige problemen bij dienstweigering.
De rechtbank stelde dat verweerder had moeten toetsen aan artikel 3 EVRM Pro, gelet op het risico op onmenselijke behandeling bij uitzetting. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende toetsing aan artikel 3 EVRM bij uitzetting.