ECLI:NL:RBSGR:2004:AO9831
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- Punt
- Aarts
- Van der Poort-Schoenmakers
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid burgerlijke rechter bij geschil over verboden prijsafspraken in aanbesteding met arbitragebeding
De zaak betreft een geschil over verboden prijsafspraken in het kader van een aanbestedingsprocedure voor civieltechnische werken aan de awzi-Hellevoetsluis. Eisers, het Zuiveringsschap Hollandse Eilanden en Waarden en de stichting De Waterlandstichting, vorderen schadevergoeding wegens onrechtmatig vooroverleg tussen aannemers, waarbij de aanneemsom vermeerderd zou zijn met ruim €1,4 miljoen.
De aannemers hebben een exceptie van onbevoegdheid opgeworpen, stellende dat de rechtbank niet bevoegd is omdat partijen arbitrage zijn overeengekomen conform artikel 67 van Pro het Uniform Aanbestedingsreglement EG-1991 (UAR-EG 1991). Dit arbitrale beding bepaalt dat geschillen over de aanbesteding via de Raad van Arbitrage voor de Bouw worden beslecht.
De rechtbank overweegt dat het primair aan de Raad van Arbitrage is om zich uit te spreken over zijn bevoegdheid en dat de civiele rechter in beginsel pas na een eindvonnis van de arbiters hierover kan oordelen, tenzij sprake is van een evident geval. Dit is hier niet het geval. Daarom verklaart de rechtbank zich onbevoegd om in deze fase kennis te nemen van het geschil.
De eisers worden veroordeeld in de proceskosten van het incident en de hoofdzaak wordt verwezen naar de parkeerrol. Het vonnis is gewezen door de kamer bestaande uit mr. Punt, mr. Aarts en mr. Van der Poort-Schoenmakers.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd zolang de Raad van Arbitrage voor de Bouw zich niet definitief onbevoegd heeft verklaard.