ECLI:NL:RBSGR:2004:AO9965
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.P.W. van de Ven
- M.C.C. van de Schepop
- R.A. Otter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens betrokkenheid bij ernstige misdrijven volgens artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Eiser, een Angolese nationaliteit, vroeg asiel aan maar zijn aanvraag werd afgewezen omdat hij volgens verweerder ernstige misdrijven had gepleegd tijdens zijn diensttijd bij de UNITA, waaronder moord, plundering en gedwongen rekrutering. De rechtbank toetste of het besluit van verweerder, de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, stand hield.
De rechtbank stelde vast dat verweerder het beleid inzake artikel 1F Vluchtelingenverdrag correct toepaste, waarbij de 'personal and knowing participation test' werd gehanteerd. Eiser had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij ontoerekeningsvatbaar was, ondanks zijn stellingen over psychische problemen. Verweerder hoefde daarom geen aanvullend psychiatrisch onderzoek te laten uitvoeren.
Verder concludeerde de rechtbank dat eiser persoonlijk verantwoordelijk was voor de gepleegde misdrijven en dat hij wist dat deze deel uitmaakten van een stelselmatige aanval op burgerbevolking. Ook was er geen reëel risico op onmenselijke behandeling bij terugkeer naar Angola. Het beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege toepassing van artikel 1F Vluchtelingenverdrag.