ECLI:NL:RBSGR:2004:AP0082
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing vluchtelingenstatus en belang gezinshereniging onder overgangsrecht
Eiser heeft een aanvraag om toelating als vluchteling ingediend die door verweerder is afgewezen wegens kennelijke ongegrondheid en onvoldoende geloofwaardigheid van het asielrelaas. Eiser beschikte onder de oude Vreemdelingenwet over een voorwaardelijke vergunning tot verblijf die op 1 april 2001 werd omgezet in een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Verweerder stelde dat eiser geen belang had bij doorprocederen omdat hij reeds een verblijfsvergunning bezat en dat gezinshereniging geen direct belang voor eiser opleverde.
De rechtbank oordeelt dat eiser wel degelijk een zelfstandig belang heeft bij de procedure, omdat onder het overgangsrecht gunstigere voorwaarden gelden voor gezinshereniging van vluchtelingen dan voor vreemdelingen met een voorwaardelijke vergunning. De rechtbank acht het aannemelijk dat eiser gegronde vrees heeft voor vervolging door de Taliban vanwege zijn activiteiten en de inbeslagname van audiovisuele apparatuur, en dat de afwijzing van zijn vluchtelingenstatus onvoldoende is gemotiveerd.
De rechtbank vernietigt de bestreden beschikking, draagt verweerder op een nieuwe beschikking te nemen met inachtneming van de overwegingen, en veroordeelt verweerder in de proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter B.I. Klaassens op 29 april 2004.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de bestreden beschikking vernietigd.