ECLI:NL:RBSGR:2004:AP0453
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.C.E. Ackermans-Wijn
- C.G. Peper
- E. Klein Egelink
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens toepassing artikel 1F VSV
Eiser, een Afghaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, welke door verweerder werd afgewezen op basis van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, omdat eiser zou hebben gefaciliteerd in ernstige mensenrechtenschendingen door de Hezb-i-Wahdat.
Verweerder baseerde zijn besluit op een ambtsbericht van juni 2000 en stelde dat eiser als beroepsmilitair wist of had moeten weten van verkrachtingen en moorden en deze direct heeft gefaciliteerd door nalaten van bescherming. Eiser betwistte dit, stelde dat de broninformatie onvoldoende geobjectiveerd was en dat hij enkel logistieke werkzaamheden verrichtte zonder invloed of toegang tot het hoofdgebouw.
De rechtbank oordeelde dat de informatie uit het ambtsbericht onvoldoende betrouwbaar en onvoldoende onderbouwd was, dat verweerder een onjuist feitelijk kader hanteerde door eiser als beroepsmilitair te bestempelen, en dat het verband tussen eisers werkzaamheden en de gepleegde misdrijven niet was aangetoond. Tevens was de motivering onvoldoende en ontbrak nadere onderbouwing van verweerders standpunten.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd.