ECLI:NL:RBSGR:2004:AP0456
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.C.E. Ackermans-Wijn
- C.G. Peper
- E. Klein Egelink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens persoonlijke deelname aan oorlogsmisdrijven door Afghaanse legerdivisie
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, vroeg asiel aan in Nederland, maar zijn aanvraag werd afgewezen door verweerder op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag. Dit artikel sluit bescherming uit voor personen die oorlogsmisdrijven of misdrijven tegen de menselijkheid hebben gepleegd. De rechtbank toetste of eiser persoonlijk en wetens heeft deelgenomen aan dergelijke misdrijven.
Uit gezaghebbende rapporten bleek dat divisie 18 van het Afghaanse regeringsleger, waar eiser als plaatsvervangend hoofd technische zaken en tweede luitenant diende, tussen 1978 en 1992 op grote schaal mensenrechtenschendingen beging. De rechtbank oordeelde dat eiser wist of had moeten weten van deze misdrijven en dat hij door zijn leidinggevende functie en verantwoordelijkheden substantieel heeft bijgedragen aan het operationeel houden van deze divisie.
Eisers betoog dat hij slechts een technische coördinator was en niet verantwoordelijk kon worden gehouden, werd verworpen. De rechtbank achtte zijn verklaringen over zijn functie en rang geloofwaardig en concludeerde dat hij de misdrijven direct heeft gefaciliteerd door het onderhouden van voertuigen en het geven van instructies aan militairen.
De rechtbank bevestigde dat het beleid van verweerder, de 'personal and knowing participation test', correct werd toegepast en dat er geen sprake was van willekeur of schending van het gelijkheidsbeginsel. Het beroep werd ongegrond verklaard en de aanvraag om asiel werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag om verblijfsvergunning asiel wordt afgewezen wegens toepassing van artikel 1F Vluchtelingenverdrag.