ECLI:NL:RBSGR:2004:AP1138
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Iraakse vluchteling wegens onvoldoende bewijs van vervolgingsgevaar
Eiser, een Iraakse Chaldees christen geboren in Noord-Irak, vroeg asiel aan vanwege vermeende vervolging na een incident waarbij een collega overleed en hij beschuldigd werd van moord. Hij vluchtte uit Irak uit vrees voor gevangenisstraf en bloedwraak.
Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser tegenstrijdige verklaringen gaf over zijn verblijfplaatsen, detentie en de omstandigheden van zijn vlucht. De rechtbank oordeelde dat verweerder de geloofwaardigheid van eiser terecht in twijfel trok. Ook was het beleid van verweerder om asielzoekers te classificeren op basis van geboorteplaats in Centraal- of Noord-Irak niet onredelijk.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet voldeed aan de criteria voor vluchtelingenstatus of bescherming op grond van bijzondere hardheid. Zijn vrees voor vervolging werd onvoldoende onderbouwd en de situatie in Noord-Irak werd als redelijk stabiel beoordeeld. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van eiser op asiel en verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering gehandhaafd.