ECLI:NL:RBSGR:2004:AP1276
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning alleenstaande minderjarige vreemdeling uit Angola
Eiser, een alleenstaande minderjarige vreemdeling uit Angola, verzocht om een verblijfsvergunning asiel en een amv-vergunning. Na afwijzing van deze aanvragen en bezwaar besloot de rechtbank over twee beroepen. Verweerder stelde dat eiser niet als vluchteling kon worden erkend en dat hij zelfredzaam was, waardoor adequate opvang in Angola niet noodzakelijk was.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij persoonlijk vervolgd werd en dat hij slachtoffer was van de algemene situatie in Angola. De rechtbank verwierp het beroep op asielgrondslagen en verklaarde het eerste beroep ongegrond. Ten aanzien van de amv-vergunning stelde verweerder dat eiser zelfredzaam was omdat hij op straat had geleefd en bij terugkeer meerderjarig zou zijn.
De rechtbank stelde vast dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd dat eiser zelfredzaam was, mede gelet op zijn situatie na de dood van zijn moeder en het feit dat hij in een uitgebrande auto sliep en deels afhankelijk was van derden. Tevens was de beslistermijn van zes maanden overschreden zonder nadere motivering. Daarom verklaarde de rechtbank het tweede beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde verweerder tot hernieuwde beslissing binnen veertien weken. Verweerder werd tevens veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de amv-vergunning wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd; het beroep tegen de asielafwijzing wordt ongegrond verklaard.