ECLI:NL:RBSGR:2004:AP3186
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.A.F. Donders
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning op grond van bijzondere humanitaire redenen
Eiseres, een oudere vrouw van Afghaanse nationaliteit, vroeg om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege bijzondere klemmende redenen van humanitaire aard. Het bestreden besluit wees haar aanvraag af omdat verweerder oordeelde dat haar hoge leeftijd, lichamelijke klachten en het ontbreken van familie in Afghanistan onvoldoende waren om terugkeer te weigeren.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom de samenhang van deze omstandigheden niet leidde tot een verblijfsvergunning. Verweerder had de omstandigheden afzonderlijk beoordeeld zonder rekening te houden met hun samenhang, terwijl juist deze samenhang kan leiden tot een bijzonder individueel geval dat verblijfsrecht rechtvaardigt.
De rechtbank stelde vast dat eiseres geen aannemelijke reden had gekregen waarom zij niet in aanmerking kwam voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29 lid 1 onder Pro c. Ook werd gewezen op strijd met artikel 8 EVRM Pro bij uitzetting. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen, met inachtneming van de samenhang van de humanitaire omstandigheden. Verweerder werd tevens veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van de samenhang van humanitaire omstandigheden.