ECLI:NL:RBSGR:2004:AP3594
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Verzoek om verblijfsvergunning afgewezen wegens onvoldoende bewijs en ambtshalve weigering complex verklaard
Verzoekster, afkomstig uit Guinee en sinds april 2004 in Nederland, vroeg om een verblijfsvergunning op grond van asiel en humanitaire redenen. De minister wees haar aanvraag af wegens onvoldoende aannemelijkheid van de gevraagde gronden, waaronder vluchtelingenstatus en traumabeleid. Tevens werd ambtshalve geweigerd een vergunning als alleenstaande minderjarige vreemdeling te verlenen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster niet aannemelijk had gemaakt dat zij vluchteling was, omdat de problemen zich in de huiselijke sfeer afspeelden en niet voldeden aan de criteria van het Vluchtelingenverdrag. Ook was niet bewezen dat zij bescherming bij de autoriteiten van Guinee had gezocht, wat volgens vaste jurisprudentie vereist is.
Verder concludeerde de rechter dat het gehoor niet zorgvuldig was, mede door het gebruik van een mannelijke tolk terwijl verzoekster aangaf dit lastig te vinden. Hierdoor was het besluit onvoldoende zorgvuldig voorbereid en niet rechtmatig. De zaak rond de ambtshalve weigering werd als te complex beoordeeld voor de enkelvoudige kamer en verwezen naar de meervoudige kamer.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moet worden genomen met inachtneming van de overwegingen. Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de ambtshalve weigering werd toegewezen, terwijl het verzoek tegen de asielafwijzing werd afgewezen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd; de ambtshalve weigering wordt verwezen naar de meervoudige kamer en de voorlopige voorziening daarvoor toegewezen.