ECLI:NL:RBSGR:2004:AP3698
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.H.B.M. Potters
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering risico schending artikel 3 EVRM
Eiser, afkomstig uit Bosnië-Herzegovina en behorend tot de Kroatische bevolkingsgroep, verzocht om een verblijfsvergunning asiel in Nederland. Hij stelde dat hij vanwege zijn etnische afkomst en de islamisering in Bosnië te maken had met discriminatie en een verhoogd risico op geweld bij terugkeer. Verweerder wees de aanvraag af op grond van onvoldoende zwaarwegend asielrelaas.
De rechtbank stelde vast dat de situatie in Bosnië-Herzegovina voor Kroaten zorgelijk is en dat zij risico lopen op geweld en discriminatie zonder adequate bescherming. Daarnaast liet de psychische gezondheidstoestand van eiser te wensen over. Verweerder had echter onvoldoende gemotiveerd of er sprake was van een dreigende schending van artikel 3 EVRM Pro, waardoor het besluit onvoldoende onderbouwd was.
De rechtbank oordeelde dat de stelling van verweerder over een binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief niet afdoet aan de noodzaak van een inhoudelijke beoordeling van het asielverzoek. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van het risico op schending van artikel 3 EVRM.