ECLI:NL:RBSGR:2004:AP4219
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen weigering verblijfsvergunning op grond van driejarenbeleid
Verzoekers, van Iraanse nationaliteit, hadden een verzoek ingediend om toelating tot Nederland op grond van de 14-1-regeling en het driejarenbeleid. Verweerder had per brief van 3 november 2003 aangegeven dat er geen ruimte was om de zaak opnieuw te beoordelen en stelde dat het verzoek niet als een aanvraag werd aangemerkt. De voorzieningenrechter oordeelde dat de brief van verweerder wel als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, Awb moest worden beschouwd, omdat het een reactie met rechtsgevolg betrof.
Verweerder had niet gereageerd op het verzoek omtrent het driejarenbeleid, waardoor het besluit ook kon worden gezien als een schriftelijke weigering tot het nemen van een besluit, gelijkgesteld met een besluit volgens artikel 6:2 Awb Pro. Verzoekers hadden een bezwaarschrift ingediend tegen deze brief en verzochten om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen totdat op het bezwaar was beslist.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het bezwaar een redelijke kans van slagen had, mede omdat verzoekers al sinds 1999 een asielaanvraag hadden lopen en de procedure tot augustus 2003 nog niet definitief was afgerond. De brief van 24 september 2003 werd gezien als een concreet verzoek om een ambtshalve besluit op grond van het driejarenbeleid. De voorlopige voorziening werd daarom toegewezen, waarbij verweerder werd verboden verzoekers uit Nederland te verwijderen tot vier weken na de beslissing op het bezwaar. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting wordt verboden tot vier weken na beslissing op bezwaar.