ECLI:NL:RBSGR:2004:AP4385
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen bewaring vreemdeling uit Azerbeidzjan ongegrond verklaard
Eiser, een Azerbeidzjaanse vreemdeling, is op 20 september 2003 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Na eerdere beoordeling waarbij het voortduren van de bewaring niet onrechtmatig werd geacht, is het beroep tegen deze maatregel voortgezet. De rechtbank heeft vastgesteld dat sinds de laatste uitspraak geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die de bewaring onrechtmatig maken.
De rechtbank heeft verweerder vragen gesteld over de voortgang van de uitzetting en ontving een verklaring dat de Azerbeidzjaanse minister van Buitenlandse Zaken heeft bevestigd dat iedere staatsburger het recht heeft terug te keren en dat etniciteit geen rol speelt bij documentafgifte. Er is een aanvraag voor een laissez-passer in behandeling en de uitzetting wordt met voldoende voortvarendheid voorbereid.
Gezien deze omstandigheden oordeelt de rechtbank dat de gronden voor bewaring blijven bestaan en dat de maatregel niet in strijd is met de Vreemdelingenwet 2000. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard omdat voldoende zicht op uitzetting bestaat.