ECLI:NL:RBSGR:2004:AP5030
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid en gegrondheid beroep tegen afwijzing machtiging voorlopig verblijf
De zaak betreft een beroep tegen een besluit van de Minister van Buitenlandse Zaken waarbij een verzoek om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) is afgewezen. Het verzoek was ingediend door de referent (eiser) namens eiseres, die de Vietnamese nationaliteit bezit en het verblijf wilde realiseren bij haar echtgenoot, de referent.
De rechtbank beoordeelt eerst de ontvankelijkheid van het beroep van eiser. Omdat het besluit niet aan eiser, maar aan eiseres is gericht en het belang van eiser niet rechtstreeks bij het besluit betrokken is, wordt eiser niet-ontvankelijk verklaard. Ter verduidelijking wordt verwezen naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin is geoordeeld dat een afwijzing van een verzoek om een positief advies over een mvv niet als een besluit met rechtsgevolg geldt.
Ten aanzien van het beroep van eiseres oordeelt de rechtbank dat het bestreden besluit in strijd is met artikel 7:1 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, omdat het besluit niet is gebaseerd op een door eiseres ingediend bezwaar of aanvraag. Daarom kan het besluit niet in stand blijven en wordt het beroep van eiseres gegrond verklaard.
De rechtbank veroordeelt de verweerder in de proceskosten en gelast vergoeding van het door eiseres betaalde griffierecht. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard, beroep van eiseres wordt gegrond verklaard en het besluit wordt vernietigd.