ECLI:NL:RBSGR:2004:AQ1515
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning wegens ontbreken geldige machtiging tot voorlopig verblijf
Verzoekster, een Nigeriaanse nationaliteit bezittende vreemdeling zonder visum, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd met als doel verblijf bij haar partner. De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie heeft deze aanvraag afgewezen omdat verzoekster niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en geen vrijstellingsgrond van toepassing was.
Verzoekster stelde dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden omdat zij niet in staat was een gelegaliseerde en geverifieerde geboorteakte te overleggen, wat volgens haar de afgifte van een mvv onmogelijk maakte. Zij voerde tevens aan dat dit haar recht op gezinsleven volgens artikel 8 EVRM Pro zou schenden en dat zij gehoord had moeten worden in de bezwaarprocedure.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de hardheidsclausule niet van toepassing was en verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat er geen aanleiding was deze toe te passen. De bewijsnood en het ontbreken van legalisatie spelen geen rol in de aanvraag van een verblijfsvergunning regulier, maar uitsluitend in de mvv-procedure. Ook werd geoordeeld dat er geen hoorplicht bestond omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was.
De rechtbank wees het verzoek tot voorlopige voorziening af en verklaarde het bezwaar ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt afgewezen en het bezwaar tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.