ECLI:NL:RBSGR:2004:AQ1556
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit en oplegging termijn voor nieuw besluit na intrekking asielaanvraag
Eiser, van Iraakse nationaliteit, diende op 10 december 2000 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning. Verweerder wees deze aanvraag bij besluit van 30 juli 2002 af, waartegen eiser beroep instelde. Tijdens de procedure trok verweerder het besluit in en kondigde aan opnieuw te zullen beslissen. Eiser handhaafde het beroep vanwege belang bij een spoedige beslissing.
De rechtbank oordeelde dat eiser belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het ingetrokken besluit, mede gelet op het besluitmoratorium voor asielzoekers uit Centraal-Irak. De rechtbank stelde dat zonder inhoudelijke beoordeling verweerder de volledige beslistermijn, mogelijk verlengd met het moratorium, krijgt, wat voor eiser een onredelijke vertraging betekent.
Gezien het moratorium tot 27 juni 2004 en de onzekerheid in Centraal-Irak, bepaalde de rechtbank dat verweerder binnen zes weken na afloop van het moratorium een nieuw besluit moet nemen. De rechtbank wees het verzoek om een dwangsom af en oordeelde dat de door eiser opgevoerde reiskosten van getuigen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van €644,-, te voldoen aan de griffier.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder krijgt zes weken na het moratorium om een nieuw besluit te nemen.