ECLI:NL:RBSGR:2004:AQ1714
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart bezwaar tegen weigering machtiging voorlopig verblijf niet-ontvankelijk en voorziet zelf in de zaak
Eiseres, van Iraakse nationaliteit, verzocht via referent om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met als doel verblijf bij echtgenoot. Verweerder, de Minister van Buitenlandse Zaken, weigerde de mvv af te geven en verklaarde het bezwaar van eiseres ongegrond. De rechtbank stelde vast dat het verzoek van referent niet als een aanvraag in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kon worden aangemerkt, waardoor bezwaar tegen een fictieve weigering niet mogelijk was.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het bezwaar ten onrechte ongegrond had verklaard en had moeten aanmerken als niet-ontvankelijk. Met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, Awb besloot de rechtbank zelf in de zaak te voorzien en vernietigde het bestreden besluit. Tevens veroordeelde zij verweerder in de proceskosten en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.
De uitspraak volgt op eerdere procedures waarbij verweerder werd opgedragen binnen zes weken een beslissing te nemen. De rechtbank bevestigt dat het bezwaar niet ontvankelijk is en dat het verzoek van referent slechts een advies betreft, geen aanvraag. Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk en vernietigt het besluit, en voorziet zelf in de zaak.