ECLI:NL:RBSGR:2004:AQ1716
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering humanitaire redenen
Eisers, een Afghaanse man en zijn Russische vrouw, vroegen een verblijfsvergunning aan vanwege discriminatie en vrees voor vervolging in hun landen van herkomst. De minister wees de aanvragen af, stellende dat de omstandigheden geen vluchtelingenstatus of verblijfsvergunning op humanitaire gronden rechtvaardigden.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht geen vluchtelingenstatus toekende omdat de discriminatie niet ernstig genoeg was en de vrees voor vervolging onvoldoende aannemelijk. Wel stelde de rechtbank vast dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom het gescheiden terugkeren van eiseres en haar zoon naar Rusland geen bijzondere individuele klemmende reden van humanitaire aard vormde.
De rechtbank achtte het belang van gezinsleven en internationale verdragsbescherming relevant en concludeerde dat de minister nieuwe besluiten moet nemen met inachtneming van deze overwegingen. Het beroep werd gegrond verklaard, de besluiten vernietigd en de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de besluiten vernietigd wegens onvoldoende motivering over humanitaire gronden.