ECLI:NL:RBSGR:2004:AQ1720
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten verblijfsvergunning wegens onzorgvuldige taalanalyse in asielprocedure
Eisers, een gezin van Azerbeidzjaanse nationaliteit, dienden in 1999 asielaanvragen in die door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) werden afgewezen op grond van taalanalyses die hun identiteit en nationaliteit in twijfel trokken. De taalanalyses waren uitgevoerd door een taalanalist met code ARM 4, waarbij geen contra-expertises waren aangeleverd door eisers. Verweerder baseerde zijn oordeel op deze analyses en concludeerde dat eisers onjuiste gegevens hadden verstrekt, waardoor zij niet in aanmerking kwamen voor een verblijfsvergunning.
De rechtbank stelde vast dat de taalanalyses in beginsel een geoorloofde methode zijn, maar dat er gerede twijfel bestond over de betrouwbaarheid van de analyses van ARM 4. Dit bleek mede uit een onafhankelijk onderzoek door het Franse instituut INALCO, dat andere uitgangspunten hanteerde en waarvan de resultaten niet eenduidig waren. Verweerder had zonder nader onderzoek vastgehouden aan de oorspronkelijke taalanalyses, wat de rechtbank als onzorgvuldig beoordeelde.
Daarom mocht verweerder niet concluderen dat eisers onjuiste gegevens hadden verstrekt en mocht hij de verblijfsvergunning weigeren op die grond. De rechtbank vernietigde de bestreden besluiten wegens strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Tegen het deel van de uitspraak over de beschikking van 18 juli 2002 staat geen gewoon rechtsmiddel open; tegen het deel over 16 januari 2003 kan hoger beroep worden ingesteld.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten van de IND wegens onzorgvuldige taalanalyses en gebrekkige motivering en veroordeelt verweerder tot vergoeding van proceskosten.