ECLI:NL:RBSGR:2004:AQ1953
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F. Agema
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting wegens schrijnende omstandigheden
Verzoeker, een Turkse nationaliteit dragende persoon, heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van een verblijfsvergunning en een verzoek ingediend om gebruik te maken van de discretionaire bevoegdheid vanwege schrijnende omstandigheden. Verweerder heeft dit verzoek afgewezen en aangegeven geen ruimte te zien om de zaak opnieuw te beoordelen.
Verzoeker heeft vervolgens een voorlopige voorziening gevraagd om de uitzetting naar Turkije uit te stellen tot de beslissing op het bezwaar is genomen. De voorzieningenrechter oordeelt dat het belang van verzoeker om in Nederland te blijven wachten op de uitspraak prevaleert boven het belang van verweerder bij onmiddellijke uitzetting.
De reactie van verweerder op het verzoek om discretionaire bevoegdheid wordt als onvoldoende beoordeeld, mede gezien een brief aan de Tweede Kamer over schrijnende gevallen. Daarom wordt de uitzetting verboden totdat de voorlopige voorziening definitief is beslist na de mondelinge behandeling.
De uitspraak is gedaan op 13 februari 2004 en de verdere behandeling van het verzoek is gepland op 20 februari 2004.
Uitkomst: De uitzetting van verzoeker wordt verboden tot uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening.