ECLI:NL:RBSGR:2004:AQ2102
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.M. Sassenburg
- Rechtspraak.nl
Toekenning verblijfsvergunning op grond van traumabeleid en etnische vervolging Gare-clan
Verzoeker, lid van de Gare-bevolkingsgroep uit Somalië, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning die werd afgewezen door verweerder wegens onvoldoende bewijs en het ontbreken van documenten. Verzoeker stelde dat hij en zijn familie slachtoffer waren van gewelddadige overvallen waarbij zijn vrouw en dochters werden verkracht, en dat deze gebeurtenissen verband hielden met zijn etnische afkomst. De rechtbank oordeelde dat de situatie van de Gare-clan in een door Leesan gedomineerd gebied zodanig kwetsbaar is dat individuele leden als vluchteling moeten worden aangemerkt bij aanwijzingen van persoonsgerichte vervolging.
De rechtbank stelde vast dat verweerder onvoldoende rekening hield met de traumatische gebeurtenissen en het verband met etnische afkomst. Ook werd het standpunt van verweerder dat verzoeker een veilig alternatief in Somalië had, verworpen, mede op basis van recente UNHCR-rapporten. De termijn van zes maanden voor vertrek na traumatische gebeurtenissen werd als omslagpunt in de bewijslast gehanteerd, maar verzoeker had aannemelijk gemaakt dat hij door omstandigheden niet eerder kon vertrekken.
De rechtbank besloot dat nader onderzoek niet zou bijdragen en sprak het beroep gegrond uit, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen wegens gebrek aan belang. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.