ECLI:NL:RBSGR:2004:AQ2224
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verbod op uitzetting Somalische asielzoeker in afwachting van EHRM-beslissing
Verzoeker, een Somalische asielzoeker behorend tot een minderheid uit het zuiden van Somalië, werd geconfronteerd met een voorgenomen uitzetting via het Dubai-traject. Na afwijzing van zijn verblijfsvergunning en onherroepelijke uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak, werd zijn bezwaar ongegrond verklaard. Verzoeker stelde dat het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) interim measures had getroffen die de uitzetting van Somalische uitgeprocedeerde asielzoekers, met name minderheden uit het zuiden, belemmeren.
De rechtbank nam kennis van een interim measure van het EHRM van 30 april 2004, waarin werd overwogen dat toegang tot Somalië niet gegarandeerd is, wat de feitelijke uitzetting raakt. Verweerder erkende na intern overleg dat de voorgenomen uitzetting op 5 mei 2004 geen doorgang zou vinden, maar wilde niet toezeggen dat uitzetting geheel werd uitgesloten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat gezien de spoedeisendheid en de twijfel aan de rechtmatigheid van het besluit, het belang van verzoeker zwaarder weegt dan dat van verweerder. Daarom werd de uitzetting verboden totdat op het beroep is beslist. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan verzoeker.
Uitkomst: De rechtbank verbiedt de uitzetting van verzoeker totdat op het beroep is beslist.