ECLI:NL:RBSGR:2004:AQ4431
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.J. Elkerbout
- Joele
- Van den Boom
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van het verwijderen van administratieve bescheiden met betrekking tot cocaïnecontainer
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van het verwijderen van administratieve bescheiden die betrekking hadden op een container met 3065 kilo cocaïne bestemd voor zijn bedrijf. De officier van justitie vorderde vrijspraak voor de meeste tenlasteleggingen, maar een gevangenisstraf van zes maanden voor het meest subsidiaire feit.
Tijdens de terechtzittingen op 8 en 11 maart en 5 en 7 juli 2004 werd vastgesteld dat de administratie waaruit de bescheiden verwijderd zouden zijn, niet overtuigend kon worden vastgesteld. De rechtbank oordeelde dat niet bewezen kon worden dat de bescheiden ooit in de boekhouding aanwezig waren, noch dat verdachte deze zou hebben verwijderd binnen de tenlastegelegde periode.
De huiszoeking vond plaats op 14 augustus 2002, terwijl de tenlastelegging zich richtte op de periode van 19 juni tot en met 1 augustus 2002. Hierdoor kon niet worden uitgesloten dat de bescheiden tussen 2 en 14 augustus verdwenen zijn, buiten de tenlastegelegde periode.
De rechtbank overwoog dat, mocht het feit bewezen zijn, verdachte mogelijk handelde om vervolging te ontgaan, wat een strafuitsluitingsgrond zou opleveren. Gezien het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlasteleggingen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van het verwijderen van administratieve bescheiden.