ECLI:NL:RBSGR:2004:AQ5055
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering gemeente Den Haag tot beëindiging huurovereenkomst wegens niet verstreken wachttijd
De gemeente Den Haag vordert de beëindiging van de huurovereenkomst met betrekking tot een woning in het complex 'De Zwarte Madonna' wegens dringend eigen gebruik in het kader van herontwikkeling van het gebied. Den Haag heeft de huur opgezegd per 1 april 2004 en stelt dat de dwingendrechtelijke wachttijd van drie jaar na mededeling van rechtsopvolging reeds is verstreken, mede omdat huurders via informatiebulletins vanaf 2000/2001 op de hoogte waren gebracht van de voorgenomen plannen.
Gedaagde voert verweer dat de wachttijd nog niet is verstreken omdat de plannen lange tijd onzeker waren en de mededelingen aan huurders onvoldoende zekerheid boden dat de rechtsopvolging daadwerkelijk zou plaatsvinden. De kantonrechter oordeelt dat de mededelingen aan huurders onvoldoende concreet waren om de wachttijd te laten aanvangen vóór de feitelijke rechtsopvolging op 6 januari 2003.
De kantonrechter stelt dat de dwingendrechtelijke bescherming van huurders zwaarwegend is en dat Den Haag niet ontvankelijk is in haar vordering omdat de wachttijd nog niet is verstreken. De overige stellingen behoeven geen bespreking meer. De gemeente wordt veroordeeld in de kosten van de procedure.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart Den Haag niet-ontvankelijk in haar vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst wegens het niet verstreken zijn van de wachttijd.