ECLI:NL:RBSGR:2004:AQ5144
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring in Uitzetcentrum Schiphol wegens ontbreken ontspanningsactiviteiten
Eiser werd op 25 oktober 2003 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet Pro 2000. De bewaring vond plaats in het Uitzetcentrum Schiphol, waar eiser zeven weken verbleef, terwijl de maximaal toegestane verblijfsduur vier weken is. De rechtbank stelde vast dat de huisregels van het Uitzetcentrum niet voldoen aan het Reglement regime grenslogies, omdat zij geen paragraaf bevatten over ontspanningsactiviteiten, wat wel verplicht is.
Verweerder heeft niet kunnen aantonen dat er bijzondere omstandigheden waren die de langere bewaring rechtvaardigden. Hoewel verweerder voldoende voortvarend had gehandeld in de voorbereiding van de uitzetting, was de tenuitvoerlegging van de bewaring in het Uitzetcentrum onrechtmatig vanwege het niet naleven van het regime zoals voorgeschreven in artikel 5.4 van het Vreemdelingenbesluit 2000.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor zover het de tenuitvoerlegging betrof en wees een schadevergoeding toe van €525 voor de periode dat eiser langer dan de toegestane 28 dagen in het Uitzetcentrum verbleef. Daarnaast werden de proceskosten aan verweerder opgelegd. Het beroep tegen het voortduren van de bewaring werd ongegrond verklaard, omdat verweerder tijdig en zorgvuldig had gehandeld.
Uitkomst: Bewaring in Uitzetcentrum Schiphol was onrechtmatig wegens ontbreken van ontspanningsactiviteiten, toekenning schadevergoeding van €525.