ECLI:NL:RBSGR:2004:AQ5330
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.L. Boxum
- K. Wentholt
- B.I. Klaassens
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over positieve verplichting tot verblijf bij grootmoeder in gezinshereniging
De zaak betreft het beroep van twee kleinkinderen van een vluchteling (referente) tegen de weigering van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland. Referente, toegelaten als vluchteling, had namens haar kleinkinderen een mvv aangevraagd in het kader van gezinshereniging. De aanvragen werden afgewezen en de bezwaren ongegrond verklaard.
De rechtbank stelt vast dat de beslissing van verweerder op het verzoek van 3 maart 1998 als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet worden aangemerkt. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom bijzondere familieomstandigheden, zoals het ontbreken van directe familie die voor de kleinkinderen kan zorgen, niet tot een positieve verplichting leiden om verblijf toe te staan.
De rechtbank overweegt dat het recht op eerbiediging van familie- en gezinsleven (artikel 8 EVRM Pro) een positieve verplichting kan inhouden om verblijf toe te staan. Gelet op de omstandigheden – waaronder het overlijden van ouders en grootouders en het feit dat de kleinkinderen niet voor zichzelf kunnen zorgen – had verweerder dit moeten meenemen in de belangenafweging.
De beroepen worden gegrond verklaard, de bestreden besluiten vernietigd en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van griffierechten. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open voor het beroep onder nummer 04/10389 MVV A S2.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten en oordeelt dat verweerder een positieve verplichting heeft om verblijf toe te staan aan de kleinkinderen van de vluchteling.