ECLI:NL:RBSGR:2004:AQ5350
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning wegens artikel 1F Vreemdelingenverdrag en vertrouwensbeginsel
Eiser, een Afghaanse nationaliteit, kreeg aanvankelijk een voorwaardelijke verblijfsvergunning asiel die later werd omgezet in een vergunning voor onbepaalde tijd. Verweerder trok deze vergunning in op grond van ernstige vermoedens dat eiser zich schuldig had gemaakt aan gedragingen genoemd in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, gerelateerd aan zijn functie als eerste luitenant bij de Afghaanse veiligheidsdienst (WAD).
De rechtbank oordeelde dat eiser zich bewust was van de relevantie van artikel 1F bij de beoordeling van zijn aanvraag en dat verweerder verzuimd had om de verstrekte verklaringen adequaat te toetsen en de juiste juridische consequenties te verbinden. Ondanks dat verweerder later tot intrekking overging, mocht eiser erop vertrouwen dat artikel 1F niet meer tegen hem zou worden gebruikt na de omzetting van de vergunning.
De rechtbank stelde vast dat de intrekking niet gebaseerd was op nieuwe informatie, maar op reeds bekende feiten die niet correct waren beoordeeld door verweerder. Het vertrouwensbeginsel stond toepassing van artikel 35, eerste lid, aanhef en onder a, Vreemdelingenwet 2000 in de weg. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de intrekking vernietigd en verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de intrekking van de verblijfsvergunning vernietigd wegens schending van het vertrouwensbeginsel.