ECLI:NL:RBSGR:2004:AQ5371
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning wegens betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen Khad/WAD
Eiser, voormalig officier bij de Afghaanse veiligheidsdiensten Khad/WAD, kreeg in 2000 een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd verleend. Later trok de Minister deze vergunning in op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, vanwege ernstige redenen te veronderstellen dat eiser betrokken was bij mensenrechtenschendingen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder reeds bij het verlenen van de vergunning op de hoogte was van het ambtsbericht dat officieren van de Khad/WAD in de regel artikel 1F tegengeworpen krijgen. Verweerder heeft echter ten onrechte geen consequenties verbonden aan deze informatie bij de vergunningverlening, waardoor eiser gerechtvaardigd vertrouwen mocht ontlenen aan de vergunning.
Hoewel eiser betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen ontkent, acht de rechtbank op basis van het ambtsbericht en zijn functies binnen de Khad/WAD aannemelijk dat hij een faciliterende rol heeft gespeeld. Desondanks wordt het beroep gegrond verklaard vanwege het vertrouwensbeginsel en wordt het besluit tot intrekking vernietigd.
Het beroep van eiser tegen de eerdere beslissing tot weigering van een verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard, en het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd wegens schending van het vertrouwensbeginsel.