ECLI:NL:RBSGR:2004:AQ5638
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake beslistermijn mvv-aanvraag op grond van associatieovereenkomst Bulgarije-EG
Verzoekster, een Bulgaarse onderdaan, diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met het doel het verrichten van zelfstandige arbeid. Verweerder stelde een beslistermijn van drie maanden, maar had nog geen inhoudelijke beslissing genomen nadat deze termijn was verstreken.
De voorzieningenrechter overwoog dat de termijn van drie maanden op zichzelf niet onredelijk is, maar dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom deze termijn passend is voor een vreemdeling uit een land waarmee een associatieovereenkomst is gesloten. De jurisprudentie van het Hof van Justitie vereist dat de rechten uit zo’n overeenkomst niet worden beperkt door onredelijke beslistermijnen.
Gezien artikel 4:13 Awb Pro geldt een redelijke termijn van acht weken voor een beslissing, en verweerder had deze termijn overschreden zonder kennisgeving van een nieuwe termijn. De voorzieningenrechter beval verweerder binnen twee weken een inhoudelijke beslissing te nemen, al dan niet in het kader van het bezwaar. Verder werden proceskosten en griffierecht aan verzoekster toegekend.
Het verzoek om een uitgebreidere voorlopige voorziening werd afgewezen omdat onvoldoende duidelijk was of verzoekster recht heeft op een mvv. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige en tijdige besluitvorming bij aanvragen van vreemdelingen uit landen met associatieovereenkomsten.
Uitkomst: Verweerder wordt opgedragen binnen twee weken een inhoudelijke beslissing te nemen op de mvv-aanvraag van verzoekster.