ECLI:NL:RBSGR:2004:AQ5962
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart beroep gegrond en beveelt opheffing vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
De vreemdeling werd op 18 september 2003 de toegang tot Nederland geweigerd en een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Na afwijzing van zijn asielaanvraag werd het beroep van de vreemdeling door de rechtbank gegrond verklaard, waarbij verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Verweerder stelde hoger beroep in, wat geen schorsende werking heeft, maar heeft geen voorlopige voorziening gevraagd en ook geen nieuwe beslissing genomen.
Ruim acht weken na de uitspraak zonder voortgang acht de rechtbank de voortzetting van de maatregel niet langer gerechtvaardigd. Hoewel het grensbewakingsbelang vanwege de ongewenstverklaring en de onvoorwaardelijke gevangenisstraf zwaarwegend is, weegt dit belang niet langer zwaarder dan het belang van de vreemdeling. De rechtbank beveelt daarom de opheffing van de maatregel met ingang van de uitspraakdatum.
De rechtbank wijst het verzoek om schadevergoeding af, maar veroordeelt verweerder in de proceskosten van de vreemdeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van de rechtbank 's-Gravenhage op 14 juli 2004.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de vrijheidsontnemende maatregel wordt opgeheven met ingang van de datum van de uitspraak.