ECLI:NL:RBSGR:2004:AQ6510
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding wegens onrechtmatige bewaring in politiecel
Eiser is op 19 mei 2004 in vreemdelingenbewaring gesteld en verbleef aanvankelijk in een politiecel. Volgens de wet mag bewaring in een politiecel maximaal tien dagen duren, waarna overplaatsing naar een justitiële inrichting moet plaatsvinden tenzij bijzondere omstandigheden of zwaarwegende belangen dit verhinderen.
Eiser verbleef echter vijftien dagen in de politiecel, waarbij de overplaatsing pas op 2 juni 2004 plaatsvond. Verweerder stelde dat het niet meewerken van eiser aan het identiteits- en nationaliteitsonderzoek een zwaarwegend belang vormde om de overschrijding te rechtvaardigen. De rechtbank verwierp dit argument en oordeelde dat dit geen bijzondere omstandigheid is die de overschrijding rechtvaardigt.
De rechtbank stelde vast dat de wijze van tenuitvoerlegging van de bewaring in strijd was met artikel 5, eerste lid, aanhef en onder f, EVRM, en dat eiser op grond van artikel 5, vijfde lid, EVRM recht heeft op schadeloosstelling. De rechtbank wees echter het verzoek tot opheffing van de bewaring af omdat de onrechtmatigheid alleen de wijze van tenuitvoerlegging betrof en niet de rechtmatigheid van de bewaring zelf.
De rechtbank veroordeelde de Staat tot betaling van € 100,- schadevergoeding voor de vier dagen onrechtmatige bewaring in de politiecel en tot vergoeding van de proceskosten van € 644,-. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank kent schadevergoeding toe wegens overschrijding van de tiendagentermijn in een politiecel maar wijst op dat de bewaring zelf niet hoeft te worden opgeheven.