ECLI:NL:RBSGR:2004:AQ6514
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering verblijfsvergunning gezinshereniging
Eiseres, afkomstig uit Somalië, verzocht om een verblijfsvergunning voor gezinshereniging bij haar zoon in Nederland. Na een eerdere afwijzing en een gegrond verklaard bezwaar, wees de Minister haar aanvraag definitief af omdat niet was aangetoond dat zij feitelijk tot het gezin van haar zoon behoorde in het land van herkomst en niet was voldaan aan de overige voorwaarden van het Vreemdelingenbesluit 2000.
Eiseres maakte bezwaar tegen de afwijzing en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen. Zij stelde dat zij niet de mogelijkheid had gekregen om haar bezwaarschrift aan te vullen en dat de oorlogssituatie in Somalië niet voldoende was meegewogen. De rechtbank overwoog dat eiseres reeds in het inleidende bezwaarschrift de gronden van bezwaar had moeten aanvoeren en dat zij geen termijn had gesteld voor nadere aanvulling, waardoor verweerder niet gehouden was om anders dan bij beschikking op bezwaar te reageren.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht had afgezien van het horen van eiseres omdat uit het bezwaarschrift zelf reeds bleek dat de bezwaren ongegrond waren. De stelling dat de oorlogssituatie meegewogen had moeten worden, werd niet gevolgd. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.