ECLI:NL:RBSGR:2004:AQ6781
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.J. van Rijssen
- C. van Linschoten
- P.J.M. Mol
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing van artikel 1F VSV bij weigering verblijfsvergunning aan voormalig KhAD-kolonel
Eiser, een voormalig kolonel bij de Afghaanse veiligheidsdienst KhAD, verzocht om een verblijfsvergunning in Nederland op grond van asiel. Verweerder wees dit verzoek af, stellende dat eiser onder artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag valt vanwege zijn vermeende betrokkenheid bij ernstige mensenrechtenschendingen.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij geen persoonlijke en bewuste betrokkenheid had bij de misdrijven van de KhAD, mede gelet op het ambtsbericht van 29 februari 2000. Hoewel eiser stelde slechts administratieve taken te hebben verricht, stroken zijn verklaringen niet met de feiten en het ambtsbericht. Verweerder mocht daarom uitgaan van de juistheid van het ambtsbericht.
Daarnaast concludeerde de rechtbank dat verweerder niet voldoende heeft getoetst aan artikel 3 EVRM Pro, wat vereist is bij uitzettingsbesluiten. Hierdoor was het besluit ontoereikend gemotiveerd en werd het beroep gegrond verklaard. Verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
De rechtbank veroordeelde verweerder tevens tot betaling van proceskosten aan eiser. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent toetsing aan artikel 3 EVRM.