ECLI:NL:RBSGR:2004:AQ7037
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens ongeschiktheid ambtenaar bij IND vernietigd wegens onvoldoende motivering en zorgvuldigheid
Eiser trad in 2000 in dienst bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) als [functie]. Verweerder, de minister van Justitie, verleende hem in 2002 eervol ontslag wegens ongeschiktheid, gebaseerd op een rapport van het Ministerie van Buitenlandse Zaken waarin werd gesteld dat eiser integriteit en betrouwbaarheid ontbeerde. Eiser maakte bezwaar en stelde dat het ontslagbesluit onvoldoende was gemotiveerd en dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan.
De rechtbank oordeelde dat verweerder zich onzorgvuldig had opgesteld door het ontslagbesluit uitsluitend te baseren op het rapport van BuZa zonder zelfstandig onderzoek te verrichten naar de feitelijke omstandigheden, zoals de bevoegdheid van een leidinggevende en de gangbare praktijk bij visumaanvragen. Ook was het besluit onvoldoende gemotiveerd omdat verweerder zich had gebaseerd op een voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter zonder eigen onderbouwing.
Verder achtte de rechtbank aannemelijk dat eiser te goeder trouw handelde bij de afgifte van visa en dat zijn aanwezigheid bij een diner en massage op kosten van een derde niet ongebruikelijk was in de context van Peking. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder binnen acht weken een nieuw besluit moet nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het ontslagbesluit wegens ongeschiktheid wordt vernietigd vanwege onvoldoende zorgvuldigheid en motivering; een nieuw besluit moet worden genomen.